Knipperende waarschuwingslichten en gevarendriehoek

gevarendriehoek of alarmlichten

Het is niet verplicht om een gevarendriehoek in de auto bij je te hebben.
Maar… Volgens het RVV moeten stilstaande motorvoertuigen op meer dan twee wielen en aanhangwagens worden aangeduid door een gevarendriehoek, indien het voertuig een obstakel vormt dat door naderende bestuurders niet tijdig als zodanig kan worden opgemerkt.
De gevarendriehoek moet goed zichtbaar op de weg worden geplaatst op een afstand van ongeveer 30 meter van het voertuig en in de richting van het verkeer waarvoor het voertuig gevaar oplevert.

Samengevat: Je hoeft geen gevarendriehoek bij je te hebben in de auto. Echter in hierboven omschreven situatie moet je de gevarendriehoek wel plaatsen. Er is echter een uitzondering: In plaats van een gevarendriehoek mag je ook de knipperende waarschuwingslichten aanzetten.

Je hebt daarom  de keuze uit 3 mogelijkheden als je met pech komt te staan:

  • Je plaatst een gevarendriehoek
  • Je zet de knipperende waarschuwingslichten aan
  • Of je plaatst een gevarendriehoek EN zet de knipperende waarschuwingslichten aan.

Knipperende waarschuwingslichten zet je aan om het verkeer er op te attenderen dat je ergens stil staat. Bijvoorbeeld door pech aan je auto.
Als je ergens stil komt te staan waar je niet direct opgemerkt kunt worden, of waar je een gevaar kan opleveren, moet je de knipperende waarschuwingslichten aanzetten. Doe je dit niet, dan ben je verplicht om de gevarendriehoek te plaatsen.

Wat je op een autosnelweg wel eens ziet gebeuren is dat bestuurders hun knipperende waarschuwingslichten aanzetten om het achteropkomend verkeer te waarschuwen voor een stilstaande of langzaam rijdende file. Uiteraard is dat toegestaan.